Algemene voorwaarden

Statuten van een regionale vereniging

 

Artikel 1. Naam, vestigingsplaats en duur

De vereniging draagt de naam Kynologen club De Batouwe afgekort:

KC de Batouwe

Zij is gevestigd teTiel.

De vereniging is voor onbepaalde tijd aangegaan. Zij is opgericht op 16 februari 1959.

Zij is in het jaar 2000 als lid toegetreden tot de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland, hierna te noemen 'Raad van Beheer'.

 

Artikel 2. Doel en middelen

  1. De vereniging heeft ten doel:
    1. het bevorderen van het contact tussen fokkers en liefhebbers van rashonden;
    2. het geven van voorlichting over het houden, fokken en opvoeden van honden;
    3. het dienen van algemene kynologische belangen en het bevorderen van de
    4. maatschappelijke erkenning en acceptatie van het houden van honden, een en ander binnen het werkgebied zoals dat ingevolge haar erkenning door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland en de werkafspraken binnen de georganiseerde kynologie aan haar is overgelaten.
  2. Zij tracht dit doel te bereiken door:
    1. het houden van vergaderingen en het organiseren van lezingen en cursussen;
    2. het organiseren van cursussen, examens en wedstrijden op het gebied van
    3. het werken met honden;
    4. het organiseren van exposities;
    5. het adviseren van leden bij de aankoop en het houden van honden en het fokken met honden;
    6. het uitgeven van een clubblad of een periodiek;
    7. het deelnemen aan het overleg binnen de georganiseerde kynologie;
    8. het onderhouden van contacten met de overheid en maatschappelijke organisaties binnen haar werkgebied, voor zover dat dienstbaar kan zijn aan het doel van de vereniging;
    9. al hetgeen verder aan het doel dienstbaar kan zijn, een en ander voor zover daarbij niet wordt gehandeld in strijd met de statuten, reglementen en wettige besluiten van de Raad van Beheer.

 

Artikel 3 Verhouding tot de vereniging Raad van Beheer

  1. De vereniging K.C. "De Batouwe" ontleent haar rechten aan de statuten, huishoudelijk reglement en overige reglementen van de Raad van Beheer en verplicht zich zonder voorbehoud tot naleving van die statuten, reglementen en wettig genomen besluiten van de Raad van Beheer.
  2. De vereniging KC."De Batouwe" aanvaardt zonder voorbehoud de rechtsmacht van de Geschillencommissie voor de Kynologie en het Tuchtcollege voor de Kynologie, zoals weergegeven in de statuten en het huishoudelijk reglement van de Raad van Beheer.
  3. De leden van de vereniging K C. "De Batouwe" zijn jegens het bestuur van de vereniging tot hetzelfde gehouden als waartoe de KC. "De Batouwe" vanwege haar lidmaatschap jegens de Raad van Beheer zal zijn gehouden op grond van de statuten en reglementen van de Raad van Beheer en de door de organen van de Raad van Beheer wettig genomen besluiten.
  4. De vereniging KC. "De Batouwe" is bevoegd tot het opleggen van de verplichtingen van de leden jegens de Raad van Beheer, waarbij al hetgeen waartoe de vereniging KC. "De Batouwe" jegens de Raad van Beheer is gehouden uit hoofde van het bepaalde in de statuten en reglementen van de Raad van Beheer ook geldt als verplichtingen die de leden van de vereniging KC. "De Batouwe" rechtstreeks jegens de Raad van Beheer hebben in de zin van artikel 46, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

 

Artikel 4. Verenigingsjaar

  1. Het verenigingsjaar valt samen met het kalenderjaar.

 

Artikel 5. Leden

  1. De leden van de vereniging worden onderscheiden in gewone leden en buitengewone leden.
  2. Gewone leden hebben alle rechten en plichten die de wet en deze statuten aan leden toekennen onderscheidenlijk opleggen. Buitengewone leden hebben deze rechten en plichten slechts voor zover deze statuten niet anders bepalen.

 

Artikel 6. Gewone leden

  1. De gewone leden van de vereniging worden onderscheiden in
    1. algemene leden;
    2. ereleden.
  2. Algemene leden zijn de natuurlijke personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt en als zodanig zijn toegelaten.
  3. Ereleden zijn de natuurlijke personen die zich voor de vereniging buitengewoon verdienstelijk hebben gemaakt en om die reden als zodanig zijn benoemd.

 

Artikel 7. Buitengewone leden

  1. De buitengewone leden van de vereniging worden onderscheiden in:
    1. gezinsleden
    2. jeugdleden.
  2. Gezinsleden zijn zij die met een lid zijn getrouwd of daarmee duurzaam samenleven en die als zodanig zijn toegelaten.
  3. Jeugdleden zijn de natuurlijke personen die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt en als zodanig zijn toegelaten.

 

Artikel 8. Ereleden

  1. Ereleden worden door de Algemene Vergadering op voorstel van het bestuur of op schriftelijk voorstel van ten minste tien stemgerechtigde leden benoemd met een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen. Zij betalen geen contributie.
  2. Indien een algemeen lid, gezinslid of jeugd lid tot erelid wordt benoemd, houdt hij met ingang van de dag volgende op de aanvaarding van zijn benoeming op algemeen lid, gezinslid of jeugdlid te zijn.

 

Artikel 9. Gezinsleden

  1. Gezinsleden ontvangen geen clubblad en betalen een verminderde contributie.
  2. Een gezinslid wordt van rechtswege algemeen lid met ingang van het verenigingsjaar volgende op het jaar waarin zijn of haar partner ophoudt lid te zijn. Indien de relatie met deze partner wordt ontbonden, kan het bestuur al dan niet op verzoek het gezinslidmaatschap omzetten in een algemeen lidmaatschap.

 

Artikel 10. Jeugdleden

  1. Jeugdleden kunnen slechts worden toegelaten met schriftelijke toestemming van een ouder of voogd.
  2. Jeugdleden hebben geen stemrecht en kunnen niet tot bestuurslid worden benoemd. Zij betalen een verminderde contributie.
  3. Een jeugdlid wordt van rechtswege algemeen lid met ingang van het verenigingsjaar volgende op het jaar waarin hij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.

 

Artikel 11. Toelating van leden

  1. Het bestuur beslist over de toelating van algemene leden, gezinsleden en jeugd I eden nadat zij zich als zodanig schriftelijk hebben aangemeld.
  2. Zij die door de Raad van Discipline voor de Kynologie c.q. na 1 januari 2000 het Tuchtcollege voor de Kynologie bij onherroepelijke uitspraak een straf is opgelegd, kunnen als lid worden geweigerd.
  3. Het bestuur kan het besluit omtrent de toelating ten hoogste twee maanden aanhouden, indien de aanmelding voor het lidmaatschap minder dan twee maanden vóór het houden van een Algemene Vergadering wordt ontvangen.
  4. Indien de toelating door het bestuur wordt geweigerd, staat daartegen binnen een maand na ontvangst van het bericht van weigering beroep op de Algemene Vergadering open. De Algemene Vergadering kan ook uit eigen beweging alsnog tot toelating besluiten.
  5. Het Bestuur behoud zich te allen tijde het recht voor, zonder opgave van reden,  iemand niet toe te staan de trainingen te volgen

 

Artikel 12. Aanvang van het lidmaatschap

  1. Het lidmaatschap van algemene leden, gezinsleden en jeugdleden vangt, onverminderd het bepaalde in artikel 9, tweede lid, en artikel 10 derde lid, aan met de dag volgende op hun toelating.
  2. Het lidmaatschap van ereleden vangt aan met de dag volgende op de aanvaarding van hun benoeming.

 

Artikel 13. Einde van het lidmaatschap

  1. Het lidmaatschap eindigt:
    1. door de dood van het lid;
    2. door opzegging door het lid;
    3. door opzegging door de vereniging;
    4. door ontzetting.

 

Artikel 14. Opzegging door het lid

  1. Opzegging door het lid geschiedt schriftelijk aan het bestuur.
  2. Het lidmaatschap eindigt, onverminderd het bepaalde in artikel 31, lid 4, met ingang van de dag die daarvoor bij de opzegging wordt vermeld, doch op zijn vroegst met ingang van de dag volgende op die, waarop de schriftelijke opzegging wordt ontvangen. Indien bij de opzegging geen tijdstip wordt vermeld, eindigt het lidmaatschap aan het einde van het verenigingsjaar waarin de opzegging plaatsvindt.
  3. Indien het lidmaatschap niet is opgezegd voor 1 december van enig jaar is de contributie voor het volgend jaar te voldoen en wordt de opzegging beschouwd als voor het daarop volgend jaar.

 

Artikel 15. Opzegging door de vereniging

  1. Opzegging door de vereniging is slechts mogelijk indien:
    1. het lid zijn verplichtingen tegenover de vereniging niet nakomt;
    2. aan het lid door de Raad van Discipline voor de Kynologie c.q. na 1 januari 2000 het Tuchtcollege voor de Kynologie bij onherroepelijke uitspraak een straf van  diskwalificatie van zijn persoon is opgelegd;
    3. om een andere reden van de vereniging redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
  2. De opzegging geschiedt door het bestuur.
  1. In het geval, bedoeld in het eerste lid onder a, wordt niet tot opzegging overgegaan dan nadat het lid schriftelijk op zijn verzuim is gewezen en hij gedurende een maand in de gelegenheid is gesteld om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.
  1. Het lid wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk en met opgave van redenen van het besluit tot opzegging in kennis gesteld. Daarbij wordt mededeling gedaan van de op grond van het vijfde lid bestaande beroepsmogelijkheid.
  2. Tegen het besluit tot opzegging staat binnen een maand na ontvangst van de in het vorige lid bedoelde mededeling beroep op de Algemene Vergadering open. Gedurende de  beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst in de uitoefening van alle aan het lidmaatschap verbonden rechten en in de uitoefening van een eventueel door het lid beklede bestuursfunctie.
  3. Het geschorste lid heeft echter wel toegang tot de Algemene Vergadering waarin het beroep wordt behandeld, is bevoegd om bij de behandeling van het beroep aanwezig te zijn en daarover het woord te voeren, doch heeft geen stemrecht.
  4. Het lidmaatschap eindigt, onverminderd het bepaalde in artikel 31, lid 4, met ingang van de dag volgende op het verstrijken van de beroepstermijn of, indien beroep wordt ingesteld, onmiddellijk na het besluit tot verwerping van het beroep indien het lid aanwezig is in de vergadering waarin dit besluit wordt genomen, en anders met ingang van de dag volgende op die, waarop een schriftelijke mededeling van het besluit tot verwerping van het beroep is ontvangen.
  5. Een schorsing eindigt tegelijk met het lidmaatschap of, indien de Algemene Vergadering het beroep gegrond verklaart, tegelijk met het besluit van de Algemene Vergadering.

 

Artikel 16. Ontzetting

  1. Ontzetting is slechts mogelijk indien:
    1. het lid handelt in strijd met de statuten, reglementen of daarop gebaseerde besluiten van de vereniging;
    2. het lid de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
  2. De ontzetting geschiedt door het bestuur.
  3. Artikel 15, vierde tot en met zevende lid, is van overeenkomstige
    toepassing.

 

Artikel 17. Overige sancties

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 15, vijfde lid en artikel 16, derde lid kan een lid door het bestuur voor de duur van maximaal één jaar worden geschorst, indien het lid heeft gehandeld in strijd met de statuten, reglementen of daarop gebaseerde besluiten van de vereniging dan wel de vereniging op onredelijke wijze heeft benadeeld.
  2. Artikel 15, lid 5 is van overeenkomstige toepassing.

 

 

Artikel 18. Organen

  1. De vereniging kent:
    1. een bestuur;
    2. een Algemene Vergadering;
    3. een kascommissie;
    4. een geschillencommissie.
    5. Materialencommissie

 

Artikel 19. Samenstelling bestuur

  1. De Algemene Vergadering besluit, of het bestuur uit vijf of uit zeven leden zal bestaan. De bestuursleden worden door de Algemene Vergadering uit de algemene leden, de ereleden en de gezinsleden benoemd. De Algemene Vergadering kan echter bepalen, dat de voorzitter buiten de leden kan worden benoemd.
  2. Degene aan wie door de Raad van Discipline voor de Kynologie c.q. na 1 januari 2000 het Tuchtcollege voor de Kynologi~ de straf van diskwalificatie van zijn persoon is opgelegd, is gedurende de duur van deze diskwalificatie niet tot lid van het bestuur benoembaar. De Algemene Verqaderinq kan echter bepalen, dat leden, die door voornoemd college zijn veroordeeld, niet benoembaar zijn tot lid van het bestuur. Daarbij dient te worden aangegeven in welke gevallen, in casu bij welke opgelegde straffen alsmede welke verjaringstermijnen daarop van toepassing zijn, betrokkenen niet als bestuurslid kunnen worden benoemd.
  3. De voorzitter, de secretaris en de penningmeester kunnen als zodanig worden benoemd.

 

Artikel 20. Voordrachten

  1. De benoeming van bestuursleden geschiedt uit een of meer niet bindende voordrachten, behoudens het bepaalde in het zesde lid. 2. Iedere voordracht heeft op één bepaalde vacature betrekking en vermeldt de naam van degene, door wiens aftreden de vacature wordt veroorzaakt. Iedere voordracht vermeldt voorts de naam van ten minste één kandidaat.
  2. Tot het opmaken van een voordracht zijn zowel het bestuur als tien stemgerechtigde leden bevoegd.
  3. Een voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering meegedeeld. Een voordracht van tien of meer stemgerechtigde leden moet ten minste één week voor de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend.
  4. Is er voor een bepaalde vacature meer dan één voordracht, dan 'geschiedt de benoeming uit die voordrachten.
  5. Is er voor een bepaalde vacature geen voordracht opgemaakt, dan is de Algemene Vergadering voor de vervulling van die vacature vrij in haar keus.

 

Artikel 21. Einde bestuurslidmaatschap

  1. Het bestuurslidmaatschap eindigt:
    1. door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging;
    2. door periodieke aftreding;
    3. door bedanken;
    4. door ontslag;
    5. door oplegging van een straf door de Raad van Discipline voor de Kynologie c.q. na 1 januari 2000 het Tuchtcollege voor de Kynologie.
  2. Het bestuurslidmaatschap eindigt in het geval, bedoeld in het eerste lid onder b, aan het einde van de in artikel 22, eerste lid, bedoelde Algemène Vergadering. In het geval, bedoeld in het' eerste lid onder c, eindigt het bestuurslidmaatschap op het door het bedankende bestuurslid genoemde tijdstip. In alle overige gevallen eindigt het met onmiddellijke ingang.

 

Artikel 22. Periodieke aftreding

  1. Ieder jaar treden op de jaarlijkse Algemene Vergadering twee of drie bestuursleden af volgens een door het bestuur op te maken en zo nodig te wijzigen rooster.
  2. Dit rooster wordt zodanig opgemaakt, dat:
    1. ieder bestuurslid uiterlijk drie jaar na zijn benoeming aftreedt, waarbij onder eer jaar wordt verstaan de periode tussen twee opeenvolgende jaarlijkse Algemene Vergaderingen;
    2. de voorzitter, de secretaris en de penningmeester zo mogelijk in verschillende jaren, maar in ieder geval nimmer alle drie gelijktijdig aftreden;
    3. zij die in een tussentijdse vacature zijn benoemd, zo mogelijk op het rooster de plaats van hun voorganger innemen.
  3. Volgens rooster aftredende bestuursleden kunnen terstond worden herbenoemd.

 

Artikel 23. Schorsing en ontslag

  1. Elk bestuurslid kan te allen tijde door de Algemene Vergadering worden ontslagen of geschorst.
  2. Een schorsing die niet binnen drie maanden wordt gevolgd door een besluit tot ontslag,  eindigt door het verloop van die termijn.

 

Artikel 24. Vervulling tussentijdse vacatures

  1. Indien in het bestuur één of meer vacatures zijn ontstaan, blijft het bestuur bevoegd.
  2. Het bestuur is verplicht, de vervulling van de open plaats of de open plaatsen voor de eerstvolgende Algemene Vergadering te agenderen. Zodra echter het aantal zitting hebbende bestuursleden minder bedraagt dan het aantal vacatures, is het bestuur verplicht zo spoedig mogelijk een Algemene Vergadering ter voorziening in die vacatures te beleggen.

 

Artikel 25. Bestuursfuncties

  1. Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan, voorziet in de vervanging van de voorzitter, de secretaris en de penningmeester in geval van verhindering of ontstentenis en verdeelt ook overigens de werkzaamheden over zijn leden.
  2. De functies van voorzitter, secretaris en penningmeester zijn onverenigbaar.
  3. Op vervanging in geval van verhindering of ontstentenis is het bepaalde in het tweede lid niet van toepassing.

 

Artikel 26. Bestuurstaak en -bevoegdheden; verantwoordelijkheid van bestuurders

  1. Behoudens de beperkingen van de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging. Het richt zich daarbij naar de aanwijzingen betreffende de algemene lijnen van het te volgen beleid, zoals die door de Algemene Vergadering in de begroting of op andere wijze worden gegeven.
  2. Het bestuur is, mits met voorafgaande goedkeuring van de Algemene Vergadering, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaren van registergoederen.
  3. Ieder lid van het bestuur is tegenover de vereniging gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Indien het een aangelegenheid betreft die tot de werkkring van twee of meer bestuurders behoort, is ieder van hen voor het geheel aansprakelijk terzake van een tekortkoming, tenzij deze niet aan hem is te wijten en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.

 

Artikel 27. Besluitvorming bestuur

  1. Alle besluiten worden door het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag, tenzij het bestuur besluit de zaak tot de volgende vergadering aan te houden.
  2. Om te kunnen besluiten moet ten minste de helft van het aantal bestuursleden, eventuele vacatures niet meegerekend, aanwezig zijn, tenzij het zaken betreft die geen uitstel gedogen.
  3. In afwijking van hetgeen de wet daarover bepaalt, is het oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming en de inhoud van een genomen besluit niet beslissend.

 

Artikel 28. Mandatering en delegatie van bestuurstaken en -bevoegdheden

  1. Het bestuur kan de uitvoering onderscheidenlijk uitoefening van bepaalde taken en bevoegdheden mandateren aan één of meer van zijn leden. Het bestuur kan daarbij met betrekking tot deze uitvoering en uitoefening richtlijnen en aanwijzingen geven.
  2. Het bestuur kan de uitvoering onderscheidenlijk uitoefening van bepaalde taken en bevoegdheden delegeren aan een door het bestuur ingestelde commissie. Het bestuur kan daarbij met betrekking tot deze uitvoering en uitoefening richtlijnen geven.
  3. De richtlijnen en aanwijzingen mogen niet in strijd zijn met de wet, met deze statuten of met een reglement als bedoeld in artikel 44
  4. Bij mandatering aan één of meer bestuursleden wordt steeds in de eerstvolgende bestuursvergadering verslag uitgebracht van hetgeen is verricht.

 

Artikel 29. Vertegenwoordiging

  1. De bevoegdheid om de vereniging in en buiten rechte te vertegenwoordigen, komt toe aan:
    1. het bestuur;
    2. de voorzitter en de secretaris, gezamenlijk handelend;
    3. de voorzitter en de penningmeester, gezamenlijk handelend;
    4. de secretaris en de penningmeester, gezamenlijk handelend.
  2. Bij verhindering of ontstentenis van een in het eerste lid genoemde functionaris kan deze ten behoeve van de daar bedoelde vertegenwoordiging niet vervangen worden door een op grond van artikel 25 aangewezen vervanger.

 

Artikel 30. Geldmiddelen

  1. De inkomsten van de vereniging bestaan uit:
    1. contributies;
    2. cursusgelden;
    3. inschrijf- en entreegelden voor evenementen;
    4. schenkingen, legaten en erfstellingen;
    5. overige baten.

 

Artikel 31. Contributie

  1. De leden, met uitzondering van de ereleden, zijn aan de vereniging een jaarlijkse contributie verschuldigd, waarvan het bedrag door de Algemene Vergadering wordt vastgesteld.
  2. Het bedrag van de contributie van gezinsleden en jeugdleden wordt bepaald op een gedeelte van de contributie van algemene leden. Dit gedeelte kan voor elk van de genoemde categorieën verschillend zijn.
  3. Eenmaal vastgestelde bedragen blijven van kracht totdat zij door de Algemene Vergadering worden gewijzigd. Een wijziging werkt ten hoogste terug tot de aanvang van het verenigingsjaar waarin zij wordt vastgesteld.
  4. Wanneer het lidmaatschap van een lid in de loop van het verenigingsjaar eindigt, blijft desondanks de contributie over het gehele jaar verschuldigd.
  5. Het bestuur kan in bijzondere gevallen, al dan niet voor een bepaalde termijn, gehele of gedeeltelijke vrijstelling van het betalen van contributie verlenen.

 

Artikel 32. Begroting

  1. Het bestuur legt jaarlijks aan de Algemene Vergadering een begroting van inkomsten en uitgaven ter vaststelling voor op een zodanig tijdstip, dat deze begroting behandeld kan worden vóór de aanvang van het betreffende verenigingsjaar of uiterlijk op de in dat jaar te houden jaarlijkse Algemene Vergadering.
  2. De ontwerp-begroting wordt aan de stemgerechtigde leden en de jeugdleden ten minste drie weken vóór de Algemene Vergadering toegezonden, al dan niet door publicatie in het clubblad.
  3. Het bestuur is niet bevoegd tot het aangaan van verplichtingen als daardoor de begrotingspost ten laste waarvan de betreffende uitgaven moeten worden gebracht, met meer dan tien procent zou worden overschreden of het totale financiële resultaat van het betreffende verenigingsjaar daardoor ongunstiger zou worden dan in de begroting werd voorzien.
  4. Indien evenwel de begroting niet wordt vastgesteld vóór de aanvang van het betreffende verenigingsjaar, dan is het bestuur gedurende iedere maand die geheel of gedeeltelijk aan die vaststelling voorafgaat, bevoegd tot het aangaan van verplichtingen tot ten hoogste een/twaalfde gedeelte van de betreffende post van de ontwerp-begroting.

 

Artikel 33. jaarverslag

  1. Het bestuur brengt jaarlijks een schriftelijk jaarverslag uit over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid in het afgelopen verenigingsjaar. Dit verslag wordt uitgebracht op een zodanig tijdstip, dat het behandeld kan worden op de eerste jaarlijkse Algemene Vergadering na afloop van dat verenigingsjaar.
  2. Het jaarverslag wordt door alle leden van het bestuur ondertekend. Ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt.
  3. Artikel 32, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

 

Artikel 34. Boekhouding

  1. Het bestuur houdt van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
  2. Het bestuur bewaart de in het eerste lid bedoelde bescheiden gedurende tien jaren.

 

Artikel 35. Rekening en verantwoording

  1. Het bestuur maakt jaarlijks een balans en een staat van de baten en de lasten van de vereniging over het afgelopen verenigingsjaar op en legt deze met een toelichting ter goedkeuring aan de Algemene Vergadering over op een zodanig tijdstip, dat zij behandeld kunnen worden op de eerste jaarlijkse Algemene Vergadering na afloop van dat verenigingsjaar.
  2. Artikel 32, tweede lid, en artikel 33, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
  3. Goedkeuring van de balans en de staat van baten en lasten door de Algemene Vergadering strekt het bestuur tot décharge voor al hetgeen daaruit blijkt.
  4. Artikel 34, tweede lid, is van toepassing.

 

Artikel 36. Kascommissie

1.             De Algemene Vergadering benoemt jaarlijks uit de stemgerechtigde leden
een kascommissie van ten minste twee leden. Tegelijkertijd worden zo mogelijk ten
minste twee plaatsvervangende leden benoemd, die de leden bij ontstentenis
vervangen. De leden en de plaatsvervangende leden mogen geen deel van het
bestuur uitmaken. Aftredende leden kunnen terstond worden herbenoemd, tenzij zij
reeds vier jaar zitting hebben.

2.             De kascommissie onderzoekt de balans en de staat van baten en lasten en
brengt aan de Algemene Vergadering schriftelijk of mondeling verslag van haar
bevindingen uit.

3.             Het bestuur stelt de kascommissie in staat, haar onderzoek tijdig voor de
jaarlijkse Algemene Vergadering te verrichten en is verplicht de commissie ten behoeve
van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen,
haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de boeken en
bescheiden van de vereniging te geven.

4.             Indien het onderzoek bijzondere boekhoudkundige kennis vereist, dan kan
de commissie zich op kosten van de vereniging door een deskundige doen bijstaan.
5.             De leden van de kascommissie kunnen te allen tijde door de Algemene
Vergadering worden ontslagen, maar slechts tegelijk met de benoeming van andere
leden.

 

Artikel 37. De Algemene Vergadering

1.             Aan de Algemene Vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden

toe, die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.

2.             Jaarlijks wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval uiterlijk vier
maanden na afloop van het voorafgaande verenigingsjaar, een Algemene
Vergadering gehouden. In deze jaarlijkse Algemene Vergadering komen in ieder
geval aan de orde:

het jaarverslag, bedoeld in artikel 33;

de balans en de staat van baten en lasten, bedoeld in artikel 35;

het verslag van de kascommissie, bedoeld in artikel 36;

de benoeming van een kascommissie voor het onderzoek van de balans en
de staat van baten en lasten over het lopende verenigingsjaar;

e.             de begroting, bedoeld in artikel 32, tenzij deze al is vastgesteld;

f.             de voorziening in bestuursvacatures.

3.             De Algemene Vergadering kan de in het tweede lid genoemde termijn

verlengen, van vier tot zes maanden.

4.             Andere Algemene Vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur
dat wenselijk vindt of ten minste tien stemgerechtigde leden dan wel, indien dat
minder is, ten minste een tiende deel der stemgerechtigde leden dat verzoeken. Bij
het verzoek worden de te behandelen onderwerpen, die op de agenda moeten
worden vermeld, duidelijk aangegeven.

5.             Schriftelijke voorstellen aan de Algemene Vergadering van ten minste
zoveel stemgerechtigde leden als in het vorige lid worden bedoeld, worden op de
agenda van de eerstvolgende Algemene Vergadering vermeld indien zij ten minste
zes weken vóór die Algemene Vergadering bij het bestuur zijn ingediend. Zij'
worden met een preadvies van het bestuur ten minste drie weken vóór de
Algemene Vergadering aan de leden toegezonden, al dan niet door publicatie in het
clubblad.

 

Artikel 38. Bijeenroeping

De Algemene Vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur.

De leden worden, behoudens in het geval bedoeld in het vierde lid, ten
minste drie weken tevoren opgeroepen door toezending van een agenda, die
desgewenst in het clubblad kan worden opgenomen.

3.             De agenda vermeldt plaats, datum en aanvangstijdstip van de vergadering,

alsmede de te behandelen agendapunten.

  1. Indien ingevolge artikel 37, vierde lid, op verzoek van een aantal leden een
    Algemene Vergadering moet worden gehouden, is het bestuur verplicht die
    vergadering uit te schrijven binnen twee weken na ontvangst van het verzoek en op
    een termijn van niet langer dan zes weken na indiening van het verzoek. Indien
    hieraan geen gevolg wordt gegeven kunnen de verzoekers zelf tot bijeenroeping
    overgaan, hetzij overeenkomstig het tweede lid van dit artikel, hetzij door middel
    van een advertentie in ten minste één in het werkgebied van de vereniging veel
    gelezen dagblad.

 

Artikel 39. Toegang en stemrecht

1.             Alle leden, met uitzondering van geschorste leden, behoudens het
bepaalde in artikel 15, vijfde, artikel 16, derde en artikel 17, hebben toegang tot de
Algemene Vergadering en stemrecht. Jeugdleden en geschorste leden hebben
echter geen stemrecht. Indien de voorzitter buiten de leden is benoemd, heeft deze
wel toegang tot de Algemene Vergadering, maar geen stemrecht.

2.     Over toelating van andere dan de in het eerste lid bedoelde personen

beslist het bestuur.

3.             Een lid kan niet iemand anders machtigen, het stemrecht namens hem uit

te oefenen.

  1. Ieder stemgerechtigd lid kan ter vergadering het woord voeren, voorstellen
    doen en amendementen indienen, behoudens de beperkingen die bij huishoudelijk
    reglement aan de uitoefening van deze rechten worden gesteld.

 

Artikel 40. Voorzitterschap en notulering

1.             De Algemene Vergaderingen worden geleid door de voorzitter of zijn
plaatsvervanger. Is de voorzitter afwezig en heeft het bestuur niet in zijn vervanging
voorzien, dan voorziet de vergadering zelf in het voorzitterschap.

2.             Van het verhandelde in een Algemene Vergadering wordt door de
secretaris of zijn plaatsvervanger beknopte notulen opgemaakt. Is de secretaris
afwezig en heeft het bestuur niet in zijn vervanging voorzien, dan wijst de voorzitter
een notulist aan. De notulen worden door de voorzitter en de notulist vastgesteld en
ondertekend. Bij een verschil van inzicht over de inhoud van de notulen tussen de
voorzitter en de notulist worden de notulen door het bestuur vastgesteld.

3.             Bij toepassing van artikel 38, vierde lid laatste volzin, kunnen de verzoekers
anderen dan bestuursleden belasten met de leiding der vergadering en het
opstellen der notulen.

4.             De vastgestelde notulen worden, door publicatie in het clubblad of op

andere wijze, zo spoedig mogelijk ter kennis van de leden gebracht.

 

Artikel 41. Besluitvorming

1.             Voorzover de wet of de statuten niet anders bepalen, worden alle besluiten
van de Algemene Vergadering genomen met volstrekte meerderheid van de
uitgebrachte stemmen.

2.             Blanco en ongeldige stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht, maar

tellen wel mee voor het quorum.

3.             Alle stemmingen over de aanwqzmq of benoeming van personen
geschieden schriftelijk. Alle overige stemmingen geschieden mondeling, tenzij de
voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of ten minste vijf
stemgerechtigde leden dat vóór de stemming verlangen. Een schriftelijke stemming
geschiedt met ongetekende briefjes.

                4.             Indien niemand stemming verlangt wordt het besluit bij acclamatie

genomen.

5.             Indien mondelinge stemming moet plaatsvinden, dan kan de voorzitter
besluiten tot stemming bij handopsteken, tenzij één der stemgerechtigde leden
stemming bij hoofdelijke oproeping verlangt. Ook kan de voorzitter alsnog tot
stemming bij hoofdelijke oproeping besluiten, indien hij bij de stemming bij
handopsteken de uitslag der stemming niet kan vaststellen.

6.             Indien schriftelijke stemmingen over verschillende aanwuzmçen,
benoemingen of zaken moeten plaatsvinden, dan kunnen deze stemmingen
gecombineerd worden mits de stembriefjes zodanig zijn ingericht, dat verwarring
redelijkerwijs niet mogelijk is. Evenwel moeten afzonderlijke stemmingen worden
gehouden indien ten minste vijf stemgerechtigde leden dat verlangen.

                7.             Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende de benoeming of

aanwijzing van personen, dan is het voorstel verworpen.

 

Artikel 42. Stemmingen over personen

1.             Indien bij een aanwijzing of benoeming van een persoon niemand de
volstrekte meerderheid heeft gekregen, dan heeft een tweede stemming plaats,
tenzij tussen twee personen is gestemd.

2.             Heeft dan wederom niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan,
vinden herstemmingen plaats totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid
heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken.

3.             Bij de in het tweede lid bedoelde herstemmingen wordt telkens gestemd
tussen de personen op wie bij de voorafgaande stemming kon worden gestemd,
met uitzondering van de persoon op wie bij die voorafgaande stemming de minste
stemmen zijn uitgebracht. Zijn bij die stemming de minste stemmen op meer dan
één persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt op wie van die personen
bij de volgende stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht.

                4.             Indien bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, dan

beslist het lot wie van beiden is aangewezen of benoemd.

 

Artikel 43. Vaststelling besluitvorming

1.             Het in de Algemene Vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter
over de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van
een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd
voorstel.

2.             Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid
bedoelde oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een
nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een
stemgerechtigd lid dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de
rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

 

Artikel 44. Reglementen

1.             De Algemene Vergadering kan een huishoudelijk reglement en andere
reglementen vaststellen, waarvan de bepalingen niet in strijd mogen zijn met en niet
mogen afwijken van de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, of van deze
statuten.

2.             Indien de reglementen van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in
Nederland verlangen dat een huishoudelijk reglement of een ander reglement aan
de goedkeuring van de Raad van Beheer wordt onderworpen, dan treedt het niet in
werking alvorens die goedkeuring is verkregen. Hetzelfde geldt voor wijziging van
dat reglement.

3.             De Algemene Vergadering kan een reglement te allen tijde wijzigen, mits
aan de in statuten en huishoudelijk reglement gestelde eisen voor de
besluitvorming en de voorbereiding daarvan is voldaan. Ook de Algemene
Vergadering kan echter geen besluiten nemen in strijd met een reglement.

 

Artikel 45. Geschillencommissie

1.             Het bestuur kan een geschillencommissie benoemen, bestaande uit een
voorzitter en twee leden, die geen lid van het bestuur zijn en als onpartijdig en
onkreukbaar bekend staan. De voorzitter dient zo mogelijk daarenboven de
hoedanigheid van meester in de rechten te bezitten.

2.             Een benoeming als bedoeld in het eerste lid is pas van kracht, nadat deze
door de Algemene Vergadering is bekrachtigd bij een met een meerderheid van ten
minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit.

3.             De leden van de geschillencommissie treden na drie jaar af Zij kunnen
terstond worden herbenoemd. Het lidmaatschap van de commissie eindigt voorts
door overlijden of bedanken. De leden kunnen niet worden ontslagen. Het einde
van het lidmaatschap van de vereniging heeft niet het einde van het lidmaatschap
van de commissie tot gevolg.

4.             De geschillencommissie is op schriftelijk verzoek van de meest gerede
partij bevoegd kennis te nemen van alle geschillen tussen het bestuur en een of
meer bestuursleden en tussen bestuursleden en/of leden onderling, indien door het
voortbestaan van een dergelijk geschil de sfeer binnen de vereniging is verstoord of
dreigt te worden verstoord, dan wel de goede gang van zaken binnen de vereniging
anderszins wordt geschaad of dreigt te worden geschaad.

5.             De Algemene Vergadering kan besluiten, dat de geschillencommissie voor
de behandeling van toekomstige beroepen tegen een weigering van toelating als
bedoeld in artikel 11, tegen een opzegging van het lidmaatschap als bedoeld in
artikel 15, tegen een ontzetting uit het lidmaatschap als bedoeld in artikel 16, en
tegen een schorsing als bedoeld in artikel 17, voor de Algemene Vergadering in de
plaats treedt. De Algemene Vergadering kan een dergelijk besluit voor toekomstige
beroepen ook weer intrekken.

6.             De geschillencommissie doet in het geschil uitspraak na behoorlijk
onderzoek en oproeping, althans schriftelijke raadpleging, van alle betrokkenen. Zij
bepaalt verder zelf de loop van de procedure. De leden van de vereniging
verstrekken aan de commissie alle door haar verlangde inlichtingen. De commissie
kan op kosten van de vereniging deskundigen raadplegen, indien zij daaraan
behoefte heeft.

7.             De schriftelijke uitspraak van de commissie wordt onverwijld aan het
bestuur en aan alle betrokkenen toegezonden. Het bestuur en alle betrokkenen zijn
verplicht, naar de uitspraken van de commissie te handelen.

 

Artikel 46. Aansprakelijkheid

De vereniging is tegenover haar leden niet aansprakelijk voor enige schade,
ontstaan tijdens vanwege de vereniging georganiseerde bijeenkomsten, cursussen
of evenementen, van welke aard ook, en evenmin voor enige schade ten gevolge
van door de vereniging verleende adviezen of door welke andere oorzaak dan ook.

 

Artikel 47. Statutenwijziging

Deze statuten kunnen, onverminderd het bepaalde in de volgende
leden, slechts worden gewijzigd bij een met ten minste twee/derde van
de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de Algemene
Vergadering.

Een afschrift van het voorstel tot statutenwijziging, waarin de
voorgestelde wijziging woordelijk is opgenomen, wordt ten minste vijf
dagen voor de vergadering door hen die de oproeping tot de
vergadering hebben gedaan, op een daartoe geschikte plaats voor de
leden ter inzage worden gelegd tot na afloop van de dag waarop de
vergadering wordt gehouden. De leden worden van deze ter-inzage-
legging op de hoogte gesteld.

Voorts wordt het voorstel tot statutenwijziging hetzij tegelijk met de in
artikel 38 bedoelde agenda aan alle leden toegezonden, al dan niet
door publicatie in het clubblad, hetzij toegezonden aan alle leden die
daarom verzoeken. In het laatste geval worden de leden van de
mogelijkheid daartoe in kennis gesteld.

Amendementen op het voorstel tot statutenwijziging moeten uiterlijk
één week voor de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden
ingediend. Indien het voorstel tot statutenwijziging aan alle leden is
toegezonden, worden ook de ingediende amendementen zo spoedig
mogelijk na het verstrijken van de indieningstermijn aan alle leden
toegezonden. Indien het voorstel tot statutenwijziging alleen is
toegezonden aan de leden die daarom hebben verzocht, dan worden
ook de ingediende amendementen alleen aan deze leden toegezonden.

5.             Een wijziging van de statuten treedt niet in werking dan nadat deze

door de Raad van Beheer op kynologisch gebied in Nederland is
goedgekeurd en van de wijziging een notariële akte is opgemaakt.

 

Artikel 48. Ontbinding

1.             De vereniging kan slechts worden omgezet, gefuseerd of ontbonden door
een met ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van
de Algemene Vergadering, waarin ten minste twee/derde van de stemgerechtigde
leden aanwezig is. Indien niet twee/derde van de stemgerechtigde leden aanwezig
is, dan wordt binnen zes weken een tweede Algemene Vergadering gehouden over
het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest. In die
vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigde leden worden
besloten, mits met een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte
stemmen.

Artikel 47, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Tegelijk met een besluit tot ontbinding wijst de Algemene Vergadering een
andere kynologische vereniging aan, waaraan een eventueel batig saldo na
vereffening zal toevallen. Ook kan de Algemene Vergadering een of meer anderen
dan het bestuur met de vereffening belasten.

 

 

Huishoudelijk reglement

Artikel1.Toelating van leden

1.             Zij die als lid tot de vereniging willen toetreden, vermelden bij hun
schriftelijke aanmelding hun naam, adres, postcode en woonplaats. Indien het een
aanmelding als jeugdlid betreft, wordt ook de geboortedatum vermeld. Bij een
aanmelding als gezinslid wordt de naam van de partner vermeld.

2.             De secretaris deelt het bestuursbesluit omtrent de toelating zo spoedig
mogelijk schriftelijk aan de betrokkene mee. In geval van niet-toelating worden
daarbij de motieven meegedeeld, die het bestuur tot zijn beslissing hebben geleid.
In geval van toelating wordt een exemplaar van de statuten en van dit huishoudelijk
reglement bijgevoegd.

Artikel 2. Opzegging, ontzetting en schorsing

1.             Indien het bestuur voornemens is, een besluit tot opzegging, ontzetting of
schorsing te nemen als bedoeld in de artikelen 15, 16 of 17 van de statuten, dan
stelt het bestuur het betrokken lid tijdig tevoren schriftelijk onder opgave van
redenen van dit voornemen in kennis.

2.             Het betrokken lid kan binnen twee weken bij het bestuur een bezwaarschrift

tegen het in het eerste lid bedoelde voornemen indienen.

3.             Het lid wordt voorts mondeling door het bestuur gehoord, als dat in het
bezwaarschrift wordt gevraagd. Het bestuur kan ook anderen horen alvorens te
besluiten.

4.             In spoedeisende gevallen kan het bestuur besluiten voor de behandeling
van het bezwaarschrift, doch niet dan nadat het betrokken lid is gehoord, dan wel
de gelegenheid heeft gehad te worden gehoord.

Artikel 3. Voorzitter

1.             De voorzitter bevordert de behartiging van de belangen van en de goede

gang van zaken in de vereniging.

2.             Hij leidt, behoudens het bepaalde in artikel 40 der statuten, de Algemene
Vergaderingen en de vergaderingen van het bestuur. Hij handhaaft in de
vergaderingen de statuten en reglementen van de vereniging en houdt ook buiten
de vergaderingen toezicht op deze handhaving.

3.             Hij bepaalt de volgorde van behandeling van zaken ter vergadering, zolang

de vergadering zelf daarover geen besluit neemt.

Hij handhaaft de orde in de vergadering.

Hij ondertekent samen met de secretaris de notulen van alle vergaderingen en de belangrijke uitgaande brieven.

Artikel 4. Secretaris

1.             De secretaris voert de correspondentie van de vereniging, ondertekent alle
uitgaande brieven en legt de belangrijke uitgaande brieven ter beoordeling en
medeondertekening aan de voorzitter voor.

2.             Hij maakt, behoudens het bepaalde in artikel 40 der statuten, de notulen
van de Algemene Vergaderingen en van de bestuursvergaderingen. Hij zendt de
notulen van een bestuursvergadering zo spoedig mogelijk na die vergadering in
concept aan alle bestuursleden en agendeert de behandeling daarvan voor de
eerstvolgende bestuursvergadering. Hij ondertekent de notulen na, eventueel
gewijzigde, vaststelling samen met de voorzitter en neemt de eventueel door het
bestuur aangebrachte wijzigingen tevens op in de notulen van de vergadering
waarin tot deze wijzigingen werd besloten.

3.             Hij draagt in overleg met de voorzitter zorg voor de opstelling van de
agenda's en alle bijbehorende stukken voor de Algemene Vergaderingen en de
bestuursvergaderingen en ziet toe op tijdige verzending daarvan.

4.             Hij doet in iedere bestuursvergadering mededeling van alle ingekomen
brieven. Aan het bestuur gerichte of voor het bestuur bestemde, maar bij andere
bestuursleden ingekomen, brieven worden onverwijld door deze bestuursleden aan
de secretaris doorgezonden.

5.             Hij draagt zorg voor het bijhouden van een overzichtelijk archief, waarin
naast alle inkomende en afschrift van alle uitgaande correspondentie en alle
vergaderstukken en notulen ook alle overige voor de vereniging van belang zijnde
stukken worden opgenomen.

6.             Hij draagt zorg voor het voortdurend en nauwkeurig bijhouden van een
ledenregister, waarin de namen, adressen en het soort lidmaatschap van alle leden
zijn opgenomen. Dit register is voor alle leden bij de secretaris ter inzage.

7.             Hij draagt er door registratie van de in een Algemene Vergadering
aanwezige stemgerechtigde leden en door andere maatregelen zorg voor, dat bij
eventuele stemmingen ieder aanwezig stemgerechtigd lid op zo doelmatig mogelijk
wijze één stem kan uitbrengen.

8.             Hij stelt het jaarverslag zo tijdig samen, dat dit na vaststelling door het

bestuur overeenkomstig artikel 33 van de statuten kan worden uitgebracht.

9.             Het bestuur kan besluiten, dat een deel der werkzaamheden van de
secretaris door een ander lid van het bestuur of, met toepassing van artikel 27 van
de statuten en onder toezicht en verantwoordelijkheid van de secretaris, door een
lid buiten het bestuur zal worden verricht volgens een werkverdeling die de
goedkeuring van het bestuur behoeft.

Artikel 5. Penningmeester

1.             De penningmeester ziet, behoudens het bepaalde in het zevende lid, toe op
het doen van alle ontvangsten en uitgaven der vereniging. Hij zorgt voor een tijdige
inning van de jaarlijkse contributie der leden.

2.             De penningmeester behoeft voorafgaande toestemming van het bestuur
voor het doen van uitgaven tot een hoger bedrag dan waartoe door het bestuur is
bepaald.

3.             De penningmeester is bevoegd, namens de vereniging bewijzen van
ontvangst te ondertekenen. Hij kan deze bevoegdheid echter voor concreet
omschreven ontvangsten tot ten hoogste een door het bestuur daartoe te bepalen

bedrag delegeren aan de beheerder van een dagelijkse kas als bedoeld in het
zevende lid.

4.             De penningmeester houdt nauwkeurig boek van alle ontvangsten en
uitgaven en van alle andere gegevens die van belang kunnen zijn voor de
uitvoering van de artikelen 34 en 35 van de statuten.

Hij geeft tevens uitvoering aan artikel 34, tweede lid, van de statuten.

Hij stelt de begroting, onderscheidenlijk de balans en de staat van baten en
lasten zo tijdig samen, dat deze na vaststelling door het bestuur overeenkomstig de
artikelen 32 en 35 van de statuten kunnen worden uitgebracht. In de begroting
worden naast de ramingen voor het nieuwe jaar ook de ramingen voor het
voorafgaande jaar en de uitkomsten van het laatst afgesloten jaar vermeld. In de
staat van baten en lasten worden naast de uitkomsten van het betreffende jaar ook
de ramingen voor dat jaar en de uitkomsten van het voorafgaande jaar vermeld.

7.             Het bestuur kan bepalen, dat andere bestuursleden dan de penningmeester
of leden van een door het bestuur ingestelde commissie bevoegd zijn tot het doen
van ontvangsten en uitgaven tot ten hoogste een daartoe door het bestuur te
bepalen bedrag, en belast zijn met het beheer van de daaruit voortvloeiende
dagelijkse kas, een en ander voorzover dit direct verband houdt met hun specifieke
bestuurs- of commissietaak. Het saldo van een dergelijke kas mag niet meer
bedragen dan een daartoe door het bestuur bepaald bedrag; het meerdere wordt
onverwijld aan de penningmeester afgedragen. De beheerder van een dagelijkse
kas is voor zijn beheer verantwoording schuldig aan de penningmeester. Hij houdt
daartoe nauwkeurig boek van alle ontvangsten en uitgaven en van alle andere
gegevens die de penningmeester noodzakelijk acht en verschaft de
penningmeester daarvan een overzicht zo dikwijls deze dat verlangt. De
penningmeester draagt er zorg voor, dat ook alle ontvangsten en uitgaven die door
andere bestuursleden en commissieleden zijn gedaan, in de boeken der vereniging
worden verantwoord.

Artikel 6. Bestuursvergaderingen

1.             Het bestuur vergadert als de voorzitter of ten minste de helft van de andere

zittende bestuursleden dit wenselijk acht.

2.             De bestuursleden worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, ten minste
twee weken tevoren van de door de voorzitter bepaalde dag, uur en plaats van de
vergadering in kennis gesteld.

3.             De agenda, vermeldende de te behandelen onderwerpen, en eventuele
toelichtende stukken worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, zo tijdig aan
alle bestuursleden toegezonden dat deze zich op verantwoorde wijze op de
vergadering kunnen voorbereiden.

4.             Indien het tweede en derde lid niet in acht zijn genomen of het betreffende
onderwerp in de agenda niet duidelijk is omschreven, dan kan ter vergadering
slechts een besluit worden genomen indien ten minste twee/derde van het aantal
zitting hebbende bestuursleden aanwezig is en met het nemen van een besluit
instemt. Over alle besluiten wordt zo nodig mondeling gestemd, nadat de voorzitter
het voorstel waarover gestemd moet worden, duidelijk heeft geformuleerd. De

volstrekte meerderheid is behaald indien ten minste één stem meer vóór dan tegen
het voorstel is uitgebracht, waarbij blanco stemmen niet worden meegerekend.

Artikel 7. Einde bestuurslidmaatschap

leder die ophoudt lid van het bestuur te zijn, is verplicht binnen twee weken na het
einde van zijn bestuurslidmaatschap alle onder hem berustende verenigingsstukken
en eigendommen van de vereniging behoorlijk geordend aan zijn opvolger of aan
een ander daartoe door het bestuur aan te wijzen bestuurslid over te dragen. Het
bestuur kan deze termijn verlengen.

Artikel 8. Commissies

1.             De leden van commissies als bedoeld in artikel 28 van de statuten worden
door het bestuur benoemd. Zij kunnen te allen tijde door het bestuur worden
geschorst en ontslagen.

2.             Een door het bestuur ingestelde commissie kan te allen tijde door het

bestuur worden opgeheven.

Artikel 9. Kascommissie; tussentijds onderzoek

1.             De kascommissie is te allen tijde bevoegd, hetzij op verzoek van het
bestuur hetzij uit eigen beweging, een tussentijds onderzoek in te stellen. Artikel 36,
derde en vierde lid, der statuten is op een dergelijk tussentijds onderzoek van
overeenkomstige toepassing.

2.             Een tussentijds onderzoek wordt in leder geval ingesteld wanneer een
aftredend penningmeester de boekhouding en de kas en waarden aan zijn opvolger
overdraagt.

3.             De kascommissie brengt van een tussentijds onderzoek schriftelijk verslag

aan het bestuur uit.

Artikel 10. Algemene Vergaderingen; agendapunten en voorstellen

1.             De Algemene Vergadering kan geen besluiten nemen over een onderwerp,

dat niet duidelijk in de agenda als te behandelen agendapunt is omschreven.

2.             Van brieven die aan de Algemene Vergadering zijn gericht, wordt in de
eerstvolgende Algemene Vergadering bij de behandeling van het agendapunt
'Ingekomen stukken' mededeling gedaan. Zij vormen geen onderwerp van
beraadslaging indien zij niet afzonderlijk als te behandelen agendapunt op de
agenda zijn vermeld of met een ander agendapunt verband houden, tenzij de
vergadering anders besluit. De Algemene Vergadering kan echter ook in dat geval
niet afwijken van het eerste lid.

3.             Ieder lid kan ter vergadering over één agendapunt niet vaker dan twee maal

het woord voeren, tenzij met toestemming van de voorzitter of van de vergadering.
4.             Ieder stemgerechtigd lid kan ter vergadering een voorstel van orde doen.
Een dergelijk voorstel betreft de wijze van behandeling van de agenda of van een
agendapunt.

5.             Ieder stemgerechtigd lid kan ter vergadering een duidelijk omschreven
voorstel indienen betreffende een agendapunt dat aan de orde is. Het voorstel
vormt slechts onderwerp van beraadslaging indien het door ten minste vier andere
aanwezige stemgerechtigde leden wordt ondersteund.

6.             Ieder stemgerechtigd lid kan ter vergadering een amendement indienen.
[Amendementen met betrekking tot een voorstel tot statutenwijziging moeten echter
ten minste een week voor de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden
ingediend.] Een amendement behelst een duidelijk omschreven voorstel tot
wijziging van een voorstel dat aan de orde is. Het amendement vormt slechts
onderwerp van beraadslaging indien het door ten minste vier andere aanwezige
stemgerechtigde leden wordt ondersteund.

7.             Ieder stemgerechtigd lid kan ter vergadering een motie indienen. Een motie
behelst een duidelijk omschreven voorstel om een oordeel uit te spreken of een
verzoek te doen. De motie vormt slechts onderwerp van beraadslaging indien deze
door ten minste vier andere aanwezige stemgerechtigde leden wordt ondersteund.
Een motie die niet betrekking heeft op een bepaald agendapunt, kan bij de
rondvraag worden ingediend.

Noot        De passage tussen vierkante haken moet alleen worden opgenomen, als bij

artikel 47 van de model-statuten voor variant b is gekozen.

8.             Indien in een aangenomen motie aan het bestuur gevraagd wordt iets te
doen of na te laten, het nemen van besluiten daaronder begrepen, dan beraadt het
bestuur zich in de eerstvolgende bestuursvergadering en maakt zijn genomen
besluit zo spoedig mogelijk in het clubblad bekend. Indien het bestuur besluit aan
de motie geen gevolg te geven, is het verplicht het onderwerp op de agenda voor
de eerstvolgende Algemene Vergadering als te behandelen agendapunt te
vermelden.

Artikel 11. Algemene Vergaderingen; stemmingen

1.             Een in een Algemene Vergadering uitgebrachte stem is ongeldig, indien de
keuze van het betreffende lid daaruit naar het oordeel van de voorzitter of, als een
stembureau is gevormd, naar het oordeel van het stembureau niet duidelijk en
ondubbelzinnig blijkt.

2.             Een schriftelijke stemming is ongeldig, indien meer stemmen zijn
uitgebracht dan er stemgerechtigde leden aanwezig zijn en het verschil op de
uitslag van de stemming van invloed kan zijn.

Artikel 12. Algemene Vergaderingen; orde

De voorzitter kan aan een lid dat ter vergadering onfatsoenlijke taal gebruikt of zich
op andere wijze misdraagt, na waarschuwing het recht ontnemen om bij het
betreffende agendapunt of gedurende de gehele vergadering verder het woord te
voeren. Bij herhaald wangedrag kan de voorzitter het lid het recht ontnemen de
vergadering verder bij te wonen.

Artikel 13. Contributie

Nieuwe leden- die na 1 juli als lid worden toegelaten, zijn over het lopende
verenigingsjaar slechts de helft van de contributie verschuldigd.

Artikel 14 Representatie

De leden wekken tegenover derden niet de indruk dat zij de vereniging
representeren, tenzij zij deel uitmaken van het bestuur of door het bestuur
uitdrukkelijk tot representatie zijn gemachtigd.

Artikel 15 Orgaan der vereniging

1.             Het bestuur bevordert, dat tenminste maal per jaar een clubblad als

orgaan van de vereniging verschijnt.

2.             Het bestuur benoemt op grond van artikel 28 van de statuten een
redactiecommissie, bestaande uit een bestuurslid als gedelegeerde van het bestuur
en ten minste twee leden die geen lid van het bestuur zijn. Het tweede lid van dat
artikel is, behoudens het in dit artikel bepaalde, niet van toepassing.

3.             Het bestuur bepaalt binnen de grenzen van de begroting de omvang en

vormgeving van het clubblad na overleg met de redactiecommissie.

4.             De redactiecommissie bepaalt de inhoud van het clubblad met
inachtneming van het in dit artikel bepaalde. Zij beslist bij meerderheid van
stemmen over de plaatsing van artikelen en andere bijdragen. Staken de stemmen,
dan wordt geacht tot plaatsing te zijn besloten.

5.             Indien de plaatsing van een door een lid ingezonden bijdrage wordt
geweigerd, dan wordt de kopij binnen twee maanden na inzending aan de inzender
teruggezonden onder opgave van de reden van weigering. Indien het betrokken lid
zich met deze weigering niet kan verenigen, dan kan hij zich terzake schriftelijk tot
het bestuur wenden. Het bestuur neemt zo mogelijk in zijn eerstvolgende
vergadering een beslissing en deelt deze schriftelijk en gemotiveerd mee aan de
inzender en aan de redactiecommissie. Indien het bestuur alsnog tot plaatsing
besluit, is de redactiecommissie tot plaatsing verplicht. Zij kan echter onder
verwijzing naar het bepaalde in dit lid tot uitdrukking brengen, dat plaatsing onder
verantwoordelijkheid van het bestuur geschiedt.

6.             In het clubblad worden in ieder geval vermeld, c.q. opgenomen:

de namen en adressen van de bestuursleden;

 de door het bestuur ingestelde commissies en het correspondentieadres van
deze commissies;

c. mededelingen van het bestuur en van de commissies;

d              .

e              .

7.             Het advertentietarief wordt door het bestuur bepaald. Het bestuur beslist

omtrent de plaatsing van advertenties.

Artikel 16. Vergoedingen

1.             De leden van het bestuur genieten ten laste van de vereniging een
vergoeding voor noodzakelijk gemaakte reis- en verblijfkosten, porti en
telefoonkosten. Kosten van reizen tussen de eigen woonplaats en de
vestigingsplaats van de vereniging worden echter niet vergoed.

2.             De vergoeding voor reiskosten wordt gebaseerd op de kosten van
openbaar vervoer, tenzij de reis doelmatiger per auto kan worden gemaakt, in welk
geval per gereden kilometer een bedrag wordt vergoed, dat door de Algemene
Vergadering wordt bepaald. De overige vergoedingen zijn gelijk aan de werkelijk
gemaakte kosten.

3.             Het bestuur kan voor de te vergoeden verblijfkosten maxima bepalen. Voor
meerdaagse reizen en voor reizen naar het buitenland is voorafgaande
toestemming van het bestuur nodig.

4.             De kosten moeten schriftelijk gedeclareerd worden in het jaar waarin zij zijn
gemaakt. De penningmeester gaat niet tot uitbetaling over dan nadat de declaratie
door de voorzitter of, als het de voorzitter zelf of een niet bestuurslid betreft, door
een ander daarvoor het meest in aanmerking komend bestuurslid voor akkoord is
medeondertekend.

5.             Het bestuur kan bepalen, dat dit artikel ook van toepassing is op leden van
commissies en op anderen die ter uitvoering van een bestuursopdracht kosten
hebben gemaakt.

Artikel 17. Introductie

leder lid kan met toestemming van de voorzitter één persoon introduceren bij
bijeenkomsten en vergaderingen, tenzij het bestuur heeft bepaald dat voor een
bepaalde bijeenkomst of vergadering introductie niet is toegestaan. Op introductie
bij een Algemene Vergadering is echter uitsluitend artikel 39, tweede lid, der
statuten van toepassing.

Artikel 18 Onvoorziene gevallen

In gevallen waarin de wet, de statuten en dit reglement niet voorzien, beslist het
bestuur. Over zijn beslissing legt het bestuur desgevraagd verantwoording aan de
Algemene Vergadering af.